De ruiterzit (1)
3 maart 2015
Toon alles

Lichtrijden

Het lichtrijden is uitgevonden om het zitten in draf gemakkelijker te maken. Lichtrijden is ontwikkeld in Engeland en wordt daarom ook wel ‘Engels draven’ genoemd. Als men bijvoorbeeld te paard op jacht ging was dit comfortabeler dan doorzitten. Lichtrijden is er dus voor de ruiter.

Veel van ons hebben lichtrijden geleerd alsof het een soort gymnastiek is: sta-zit-sta-zit-et cetera. Maar wat gebeurt er eigenlijk als je zo probeert licht te rijden? Als je gaat staan in de stijgbeugels, dus opwaarts, dan loopt het paard, dat voorwaarts gaat, als het ware onder je vandaan.

Gevolgen kunnen zijn:
– Balansverlies
– Te hard terugvallen in het zadel
– Verlies van het drafritme
– Achterblijven bij de beweging van het paard
– Onderbenen die steeds naar voren en weer terug schuiven
– Op de tenen gaan staan met opgetrokken hakken
– Verlies van de stijgbeugels

Lichtrijden moet een vloeiende, voorwaarts-opwaartse beweging van ons bekken zijn. De neerwaarts-achterwaartse beweging gaat eigenlijk vanzelf doordat we onderworpen zijn aan de zwaartekracht en de voorwaartse beweging van het paard. Onze knieën moeten tijdens de gehele beweging goed gebogen blijven. Probeer dus niet te gaan staan, maar blijf met je zit dichtbij het zadel. Haal het ‘marstempo’ uit je beweging en maak hem vloeiender.

Dus:

  1. Blijf dicht bij het zadel
  2. Laat de beweging uit je bekken komen i.p.v.uit je voeten of je bovenlichaam
  3. Maak de beweging met je bekken voorwaarts-opwaarts i.p.v. alleen opwaarts
  4. Voorkom het ‘afzetten’ met je voeten
  5. Maak de beweging vloeiend, zonder een ‘stop’ erin
  6. Houd je bovenbenen losjes en je knieën laag
  7. Volg het drafritme van het paard

Als je het zo doet, dan wordt lichtrijden inderdaad ‘licht’ rijden. Je wordt er niet snel moe van en het paard zal je ook dankbaar zijn!

Elsa Boddéus, Centered Riding instructeur

 

 

 

Comments are closed.